
Eén van de leukste ontdekkingen tijdens onze voorbereidende onderzoekjes voor How to survive in a city: Eetbaar Brussel/Amsterdam was toch wel: de tomaat.
Voor degenen die het project van Irmafirma niet kennen: How to survive in a city is het antwoord op de vraag hoe je als jager-verzamelaar overleeft in een grootstad.
Daarbij stoten we op en boel verrassingen, en één daarvan was dus de tomaat, die we veelvuldig ontdekten langs de spoorwegen.
Het sprookje gaat als volgt:
Op een mooie dag eet u een broodje met een schijfje tomaat ertussen, of een slaatje met tomaat en mozarella, of een heerlijk frisse gazpacho.
Enige tijd later neemt u de trein, bij voorkeur een boemeltrein of een trein van het oude type die nog geen chemische toiletten heeft.
Terwijl u op de trein zit, voelt u uw darmperistaltiek in beweging komen.
U brengt een bezoekje aan het toilet en spoelt door.
Wat gebeurt er vervolgens? Uzelf gaat door naar uw bestemming, maar de onverteerde tomatenzaadjes kwakken neer tussen de sporen en op de bermen, dankbaar voor de flinke dosis mest die ze meekregen, en beginnen te groeien, en te groeien…
