Dit stokje kreeg ik doorgestuurd van Johan. Een stokje? Ja, het gaat hier om een vragenlijst die bloggers naar elkaar doorsturen. En naarmate ik deze lijst invulde, kwam er een heel mooie herinnering terug, eentje rond (inderdaad!) eten…
Wat wilde je later worden, toen je je nog in je kinderjaren bevond?
Toen de klassieke vriendschapsboekjes in de klas rondgingen, vulde ik “boerin” in. Maar toen ik merkte dat daar nogal mee gelachen werd, spiekte ik op de voorgaande pagina’s en vulde ik net zoals de andere meisjes “zangeres” in, denk ik.
Wat ben je uiteindelijk geworden?
Herboriste, natuurgids. Het groen is me toch blijven roepen. Wat het boerin-gedeelte betreft: leven van het land blijft me fascineren, al is het eerder de “wilde” dan de “gekweekte” vorm.
Hoe wilde je er later uitzien, toen je je nog in je kinderjaren bevond?
Ik was een dikkerdje, dus mijn grootste wens was: minder dik zijn.
Hoe zie je er nu uit?
Wist ik veel dat ik later nog bijnamen als “skinny butt” zou krijgen…
Hoe zag de man van je dromen eruit?
Donker, en lang.
En wat is het uiteindelijk geworden?
Iets wat mijn mooiste dromen vér oversteeg (ja, melig hé, en toch is het zo…)
Maar inderdaad: donker en lang…
Hoeveel kinderen wilde je later en op welke leeftijd?
Als kind -waarschijnlijk geïnspireerd door the Sound of Music- had ik even een periode dat ik véél kinderen wou. Maar vrij snel sloeg dat om naar: geen kinderen.
Wat is het uiteindelijk geworden, of wat zal het wellicht worden?
Ik word dit jaar dertig, maar voel nog niks in die richting…
Wat was als kind je lievelingseten en wat lustte je totaal niet?
M’n absolute lievelingseten zal wel “groene patatjes” geweest zijn. Een echt familierecept, van m’n vaders familie, afkomstig uit de Westvlaamse polders, waar de zurkel (zuring) welig tiert. (Later leerde ik dat ze daar in de streek zelfs de uitdrukking “zurkeltrut” kennen.)
Groene patatjes kon eigenlijk ook “zurkelstoemp” genoemd worden, maar als kind sprak die eerste naam toch net iets meer aan.
Het was een gerecht dat enkel in het weekend geserveerd werd; niet zomaar op een doodgewone weekdag, en mijn zus en ik mochten dan uitzonderlijk wat er overbleef in de pot leeglepelen. Om de beurt. En dat zorgde nogal voor kibbelpartijen. Dus had mijn moeder een systeem bedacht waarbij diegene die het laatst de pot had leeggelepeld, haar naam met een stift schreef op een speciaal daarvoor opgehangen bord in de keuken. Waarna er natuurlijk duchtig “gefoefeld” werd met dat bord.
Tja, wat kunnen we concluderen… de voorkeur voor onkruid zat er al vroeg in…
Er was weinig wat ik absoluut niet lustte, al herinner ik me wel dat ik al heel vroeg vragen stelde bij het eten van dieren. Vooral het inconsequente van alles doen voor je huisdier, en andere dieren dan gewoon opeten, begreep ik niet. Verhaaltjes vertellen over de drie biggetjes maar ze dan wel met smaak verorberen.
In een krampachtige poging het te begrijpen, was ik als kind wel degene die mijn meter hielp om de longen, niertjes en levertjes te verwijderen van de geslachtte kippen. Ik ben dus zeker geen watje. Maar toch: ik denk dat ik het nooit heb leren begrijpen; ik ben ondertussen al langer vegetariër dan ik alleseter ben geweest.
Lust je dat nu nog (niet), of heb je andere favorieten?
Het lijkt hilarisch nu ik erop terugkijk, maar een bord “groene patatjes” is voor mij nog steeds troostvoedsel, vooral al ze gecombineerd worden met verse wilde bospaddenstoelen, kort gebakken in olijfolie, met een beetje knoflook.
En vlees eet ik nog steeds niet.
Toen ik uit huis ging, ben ik met heel veel -voor mij- nieuwe ingrediënten gaan koken. Heel wat nieuwe favorieten dus, maar de top blijft voor mij toch: eten dat met liefde bereid is. En waar je van geniet in goed gezelschap.
Tja, en aan wie het stokje nu doorgeven? Wie oh wie heeft het stokje nog niet gehad?
dikkerdje???? Daar geloof ik niks van.
Ik heb nooit verstopt dat ik boerin wou worden. Maar ik was ook voor Blondie terwijl de rest van de klas voor Travolta was. Altijd al een heel klein beetje dwars geweest..