Het begon allemaal met een snuisternamiddag in de stadsbibliotheek, jaren geleden.Ik sloeg een fotoboek open over bosbouw. Ergens in het midden stond een foto van een man die bovenop een heuvel stond. Mijn ogen volgden nieuwsgierig zijn gestrekte arm en wijsvinger, die wezen naar de groene heuvel ernaast, die honderden of misschien wel duizenden bomen huisvestte. Het onderschrift in kleine lettertjes bij de foto luidde ‘Deze man wijst ons de bomen die hij tijdens zijn leven geplant heeft’.
Ik was niet alleen zwaar onder de indruk, ik smólt.
Later stond ik bij mijn schoonmoeder in de keuken en ze vertelde me het verhaal van The man who planted trees, ‘echt een verhaal voor jou’. Ze had gelijk, ik hing aan haar lippen.
Maar verhaaltjes waren één ding; ik ging al gauw zelf aan de slag, zij het kleinschalig. De spoorwegbermen waar ik dagelijks langskwam, werden overladen met zaadjes van Sint-Janskruid, kaasjeskruid, teunisbloem en hun collega’s, en zowaar: het wérkte.
Ik zag het landschap kleurrijker worden, en aantrekkelijker voor vlinders en bijtjes en andere kruipende, vliegende en zoemende wezentjes.
Vervolgens hoorde ik tijdens één van de edities van Eetbaar Brussel een man vertellen dat hij zich bezig hield met de herintroductie van de oerprei… in Brussel.
“Gewoon een kwestie van hier en daar wat knolletjes achter te laten”, beweerde hij.
Minstens even inspirerend vond ik het verhaal van een meisje dat mee ging op boswandeling:
“Mijn vader is zo eens tegengehouden op de baan, door de politie. In de auto achter het stuur, met zijn raam open, en een grote emmer eikels naast zich. Hij verzamelt die altijd in de herfst. En als zijn emmer vol is, dan gaat die mee de auto in.
-Ahum, meneer, wat voor vuiligheid gooit u al de hele tijd uit het raam op de middenberm?
- Euh… vuiligheid? Ik plant bomen, meneer de agent.”
Sommige mensen zullen bij het lezen van het voorgaande eens honend lachen, en bedenken dat er toch wel heel naïeve mensen op deze aarde rondlopen.
Feit is dat al dat groen toch echt wel nodig is. Meer nog: dat groen kan best zonder ons, maar wij redden het niet zonder. De ene mens is daar blijkbaar al wat meer mee bezig dan de ander.
Zo ontstond er in de jaren ‘70 zelfs een heuse Guerilla Gardening beweging. Compleet met ‘Seed Bombs’ om daken, terreinen achter omheiningen en moeilijk bereikbare plekken te koloniseren met groen. Het heeft wel iets, vind ik.
Ook The Fruit Tree Planting Foundation geeft duurzaamheid een nieuwe dimensie door het aanplanten van fruitbomen: zuurstof, schaduw, minder bodemerosie en lekkere, voedzame vruchten.
Maar de voor mij meest ontroerende zaadjes moeten wel de tomatenzaadjes geweest zijn die een vriend uit zijn zakken haalde na afloop van de uitvaart van een heel goede vriendin. “Kijk nu eens wat er in mijn zak zit”, zei hij, “tomatenzaadjes”. Meer had ik niet nodig om op dat moment te beseffen dat het leven verder ging, en dat dat goed was.
En ondertussen zaai en plant ik nog altijd… tussen het drukke verkeer, of als de mensen even niet kijken…
… wie doet mee?
die tic heb ik ook aan mijn kindertijd overgehouden en mijn dochters doen het ook: als we gaan wandelen zaad afritsen en wat verder uitstrooien. Die zonnebloemen die enkele jaren in Brussel opdoken, dat vond ik ook fijn!
Eikels strooien heb ik nog nooit gedaan, zullen we ook eens proberen…
Dat is wat ik altijd al wil doen maar nog niet echt gedurfd heb. Is het echt zo simpel, aan de spoorweg gewoon uitstrooien? Of kan ik me best vanaf nu altijd op elke wandeling bewapenen met een gietertje en wat compost
?
Ja, zo simpel is het. Gewoon uitstrooien, meer niet. Al vind ik het een mooi beeld, zo met je gietertje en compost op wandel…
De berm bij mijn ouders in de straat is jarenlang echt een ‘bonte berm’ geweest. En dat was geheel en al mijn ’schuld’.
Overal waar ik wilde planten in het zaad zag staan, riste ik de zaden af om vervolgens bij ons in de straat aan ‘floravervalsing’ te doen.
Intussen zijn de meeste bouwgronden verkocht en volgebouwd, en schiet er aan berm niet veel meer over. Behalve dan, bij het perceel dat aan dat van mijn ouders grens, en dat intussen eigendom van hen en hun kippen is geworden.
En papa zorgt nog steeds voor een heel goed maaibeheer van die berm, zodat het daar nog steeds een stukje bonter blijft.
Wat geniet ik ervan jullie verhalen te lezen…
Anne, wat mooi dat je vader ‘jouw’ stukje berm bont blijft houden. Heb je ondertussen al een nieuwe plaats van delict gevonden?
Mijn tuin al eens gezien :-p ?
Tja, onze tuin was toen we er kwamen wonen een koeienweide, en het perceel dat er een paar jaar geleden bijkwam, was een maïsveld… Daar is dus nog heel wat nood aan flora-verrijking.
Maar ondertussen zijn de sleutelbloemen van hier uit al op wandel gegaan naar de berm in de straat, en het is dus op dit ogenblik inderdaad gewoon de bermen hier in de straat die ik vooral belaag…
Deze blog is echt hartverwarmend!