We zijn verhuisd!

Duindoorn

 

Voortaan kun je ons volgen op Wild Plant Forager. Tot daar!

 

Published in: on vrijdag, 15 juni, 2012 at 9:08  Geef een reactie  

Een jaar met Vlier

Dit moet wel de meest waarheidsgetrouwe reclameslogan ooit zijn: “Vlier wordt onderschat”

“Al die verschillende soorten planten leren kennen, hoe begin je daaraan?” Het is een vraag die me vaak wordt gesteld. Mijn antwoord is meestal: “Wel, begin met eentje. Kies een plant die veel voorkomt, ook dicht in jouw buurt. Een plant met veel gebruiksmogelijkheden. En vergezel die, een jaar lang.”

Eén van de prachtige planten waarmee je dat makkelijk kunt doen, is de vlier. Groeit zowat overal, herbergt een hele wereld aan volksverhalen en legendes (boeken zijn erover volgeschreven), kan dienen als voedselplant en als verfmiddel. Je kunt er bovendien even goed speelgoed mee maken, als middeltjes die je gezondheid op peil houden. Het is een plant die je kunt ruiken, smaken, betasten,… En het is ook een schoolvoorbeeld van hoe verschillende plantendelen heel andere inhoudsstoffen kunnen bevatten, die elk in hun specifiek jaargetijde worden geoogst.

Een mens doet er goed aan af en toe zijn eigen adviezen op te volgen, en zodoende dacht ik op het eind van de vorige winter, toen de eerste vlierblaadjes ontloken: “Ja, die vlier, in haar gezelschap wil ik nog wel eens een heel jaar lang vertoeven”. Want denk nooit dat je een plant helemaal kent. Ik kan de flesjes vlierbessensiroop en het aantal vlierbloesempannenkoeken die ik bereidde al niet meer tellen, en toch was het afgelopen jaar weer een openbaring voor me.

Enkele weken geleden, toen het sneeuwde, moest ik ineens glimlachen… er had zowaar iemand het donsdeken van Vrouw Holle uitgeschud! Ik kon het niet laten het sprookje van Vrouw Holle nog eens opnieuw te vertellen. Een blik op de keukenkast en de schouw vertelde me dat het een vruchtbaar vlierjaar was geweest: planken vol vlierbereidingen lachten me tegemoet. Tinctuur van de bloesems, gedroogde bloesemthee, siropen van de bessen en bloesems, bessenconfituur, vlierbladolie en -zalf, klakkebuizen, lapjes vliergekleurde stof, vlierfluitjes voor flierefluiters,…

Windfluitje vervaardigd uit vlierhout

En meteen begon ik te dromen en te mijmeren. Over de vlierbloesems die ik in Friesland had geplukt in een prachtige permacultuurtuin. Hoe ik samen met een wonderlijke vriendin liedjes had gezongen voor de bessen die we plukten. De fluitjes die we bij het water van de takken probeerden te maken, poging na poging, tot er professionele hulp uit de lucht kwam gevallen en we tot een vlierfluitje kwamen dat vogels zo goed nabootst, dat zelfs de katten er het noorden bij kwijtraakten.

Maar vooral: hoe ik bij het rijpen van de bessen wist dat ik in verwachting was, en hoe onze tweeling geboren zal worden bij het ontluiken van de vlierbloesems… Ja, dat jaar met Vrouw Holle, het was een vruchtbaar jaar…

Published in: on maandag, 29 december, 2008 at 9:18  Comments (6)  
Tags: , , ,

Blote voeten

De winter is weer aangebroken, en over het algemeen worden onze voeten dan iets meer ‘geblinddoekt’ dan in de zomer. Maar zelfs in de zomer slaag ik er bijna niet in m’n sandalen aan m’n voeten te houden. Vooral niet in de vrije natuur – want hoe kun je je vrij in de natuur voelen als je je voeten gevangen houdt?

Ik heb ondertussen ook gemerkt dat ik nauwelijks nog op zoek ga naar planten in het wild zonder dat ik eerst op m’n blote voeten sta. Eerlijk: het gaat gewoon zoveel makkelijker; je hebt veel sneller door waar precies de aarde vochtiger wordt, of warmer, of zanderiger. Je kunt via je voeten veel makkelijker te weten komen waar de zon een half uur geleden zat, want je voelt meteen waar de grond nog nagloeit. Het is misschien wel de simpelste manier om planten te zoeken, vooral diegene die gebonden zijn aan een specifieke standplaats. Een zoektocht die een zintuiglijke totaalervaring wordt.

Tijdens de nazomer heb ik als een halve wilde kunnen leven van wat het land te bieden had aan wilde bladgroenten, bessen allerhande, wilde appeltjes, en de heerlijkste paddenstoelen. En precies die paddenstoelen, dat was nieuw voor me. Onder begeleiding van een goede vriend gingen we paddenstoelen ‘jagen’. Jazeker, jagen. Iedereen die ooit zelf paddenstoelen is gaan plukken, zal het beamen: het is iets heel anders. Soms lijkt het alsof ze zich verstoppen, soms kijk je ineens naar een strook aarde waar je amper vijf minuten geleden nog doelloos passeerde, en blijkt dat dan ineens vól te staan. “Eigenlijk moet je om paddenstoelen op te sporen eerst een biertje hebben gedronken”, wordt wel eens gezegd, “want daardoor vertraag je, en ben je net beneveld genoeg om ze te zien”. Dat van dat biertje, dat heb ik nog niet uitgetest, maar ik bleek op m’n blote voeten de ene na de andere te vinden…

Published in: on woensdag, 3 december, 2008 at 12:34  Comments (3)  
Tags: , , , ,

Zevenblad – bijt terug!

zevenblad, brandnetel en paardenbloem - eetbaar Amsterdam Dasarts 2008

Foto: Zevenblad, brandnetel en paardenbloem – Eetbaar Amsterdam Dasarts 2008

Kruiden en bloesems oogsten, zalfjes bereiden, de buitenlucht opsnuiven, en zoveel andere leuke dingen om van te genieten in deze periode van het jaar. Aantrekkelijker dan een intieme relatie met de computer te onderhouden, vandaar dat het hier wat stilletjes was. Bovendien ben ik nauwelijks thuis geweest, en heb ik als een nomade rondgetrokken in een groot deel van België en Nederland om workshops te geven. Topless. (Dit is blijkbaar de nieuwe vakterm voor ‘laptopless’, voor wie er zich andere dingen bij voorstelde 🙂 )

Maar toen ik afgelopen zondag met de mensen van Fehluna, Daniëlle en Yo wat ervaringen uitwisselde over zevenblad, riep Yo uit ‘Zeg, maar zou je dáárover niks in je blog schrijven?!’. Bij deze dus…

Zevenblad werd ooit aangeplant door de Romeinen om hun soldaten van verse groenten langs de weg te voorzien. Natuurlijk gebruikten ze daarvoor een kruid dat in vrijwel alle omstandigheden weet te overleven en hardnekkig volhardt. Een groente die de term ‘buffet à volonté’ uitvond.

De Romeinen trokken verder, zevenblad is gebleven. Om alle mogelijke plekjes in de stad en op het platteland te koloniseren: tussen hagen, onder bomen en struiken, in gazons.

Het kruid is daardoor ook wel gekend onder andere, veelzeggende namen, zoals kampioen-woekeraar, smèrlapperie, tuindersverdriet. Of het dichterlijke de uitdijende groene hel. Met andere woorden: nauwelijks uit te roeien. Zelfs pesticidefabrikanten zouden er grijze haren van krijgen.

Op het risico mijn hele geloofwaardigheid te verliezen: ik blijk de vorige jaren zoveel zevenblad verorberd te hebben in de ouderlijke tuin, dat het daar verdwenen is.

Lees de zin gerust nog eens opnieuw.

Jazeker, zevenblad. Weggekregen. Enkel en alleen door ze te verwerken in quiches, soepen, salades, puree, pannekoekjes, brood, pesto,… Geen milligram gif is er aan te pas gekomen. Integendeel: ik heb me juist laten voeden door alle voedingsstoffen die het zevenblad rijk is: vitamine C, ijzer, calcium, magnesium, caroteen (vooral in jong stadium).

Het is een veelzijdige groente, de jonge blaadjes zijn heerlijk rauw, de iets oudere blaadjes kook je best en hebben een wat peterselie-achtige smaak.

Waar andere tuinders een uitbundige vreugdedans voor zouden uitvoeren, weet ik eigenlijk niet zo goed of er wel reden tot vrolijkheid is. Straffer nog: ik mis mijn vertrouwde zevenblad. Ik hoop dat ik het terug kan introduceren. Wat is er nu gemakkelijker dan een groente waarvan je volop kunt oogsten zonder dat je er omkijken naar hebt? Die Romeinen waren zo dom nog niet…

En ik blijk in goed gezelschap te zijn: ook Goethe was een verwoed zevenblad-verzamelaar. Zijn onkruidcollectie kun je in het Goethemuseum in Weimar overigens nog steeds gaan bewonderen.

Paardenbloemfestival

~ A veritable army of weed killers and tools has been employed to get rid of this lawn ‘spoiler’, but have you ever seen a field made a glorious sheet of gold by millions of dandelions? ~

Adrienne Crowhurst (1972)

Published in: on maandag, 28 april, 2008 at 8:43  Comments (5)  
Tags: , , , ,

De zaaiers en de planters


Afbeelding uit: Keri Smith, The Guerilla Art Kit, Princeton Architectural Press, New York, 2007.

Het begon allemaal met een snuisternamiddag in de stadsbibliotheek, jaren geleden.Ik sloeg een fotoboek open over bosbouw. Ergens in het midden stond een foto van een man die bovenop een heuvel stond. Mijn ogen volgden nieuwsgierig zijn gestrekte arm en wijsvinger, die wezen naar de groene heuvel ernaast, die honderden of misschien wel duizenden bomen huisvestte. Het onderschrift in kleine lettertjes bij de foto luidde ‘Deze man wijst ons de bomen die hij tijdens zijn leven geplant heeft’.
Ik was niet alleen zwaar onder de indruk, ik smólt.

Later stond ik bij mijn schoonmoeder in de keuken en ze vertelde me het verhaal van The man who planted trees, ‘echt een verhaal voor jou’. Ze had gelijk, ik hing aan haar lippen.

Maar verhaaltjes waren één ding; ik ging al gauw zelf aan de slag, zij het kleinschalig. De spoorwegbermen waar ik dagelijks langskwam, werden overladen met zaadjes van Sint-Janskruid, kaasjeskruid, teunisbloem en hun collega’s, en zowaar: het wérkte.
Ik zag het landschap kleurrijker worden, en aantrekkelijker voor vlinders en bijtjes en andere kruipende, vliegende en zoemende wezentjes.

Vervolgens hoorde ik tijdens één van de edities van Eetbaar Brussel een man vertellen dat hij zich bezig hield met de herintroductie van de oerprei… in Brussel.

“Gewoon een kwestie van hier en daar wat knolletjes achter te laten”, beweerde hij.

Minstens even inspirerend vond ik het verhaal van een meisje dat mee ging op boswandeling:

“Mijn vader is zo eens tegengehouden op de baan, door de politie. In de auto achter het stuur, met zijn raam open, en een grote emmer eikels naast zich. Hij verzamelt die altijd in de herfst. En als zijn emmer vol is, dan gaat die mee de auto in.

-Ahum, meneer, wat voor vuiligheid gooit u al de hele tijd uit het raam op de middenberm?

– Euh… vuiligheid? Ik plant bomen, meneer de agent.”

Sommige mensen zullen bij het lezen van het voorgaande eens honend lachen, en bedenken dat er toch wel heel naïeve mensen op deze aarde rondlopen.

Feit is dat al dat groen toch echt wel nodig is. Meer nog: dat groen kan best zonder ons, maar wij redden het niet zonder. De ene mens is daar blijkbaar al wat meer mee bezig dan de ander.

Zo ontstond er in de jaren ’70 zelfs een heuse Guerilla Gardening beweging. Compleet met ‘Seed Bombs’ om daken, terreinen achter omheiningen en moeilijk bereikbare plekken te koloniseren met groen. Het heeft wel iets, vind ik.

Ook The Fruit Tree Planting Foundation geeft duurzaamheid een nieuwe dimensie door het aanplanten van fruitbomen: zuurstof, schaduw, minder bodemerosie en lekkere, voedzame vruchten.

Maar de voor mij meest ontroerende zaadjes moeten wel de tomatenzaadjes geweest zijn die een vriend uit zijn zakken haalde na afloop van de uitvaart van een heel goede vriendin. “Kijk nu eens wat er in mijn zak zit”, zei hij, “tomatenzaadjes”. Meer had ik niet nodig om op dat moment te beseffen dat het leven verder ging, en dat dat goed was.

En ondertussen zaai en plant ik nog altijd… tussen het drukke verkeer, of als de mensen even niet kijken…

… wie doet mee?

Published in: on zaterdag, 29 maart, 2008 at 9:31  Comments (7)  
Tags: , , , , , ,

Vouw zelf je zaaipotjes

Sommige kruiden kun je nu al binnen beginnen voorzaaien.

Misschien gebruik je daarvoor lege yoghurtpotjes, of lege eierdozen of eierschalen. Ook lege conservenblikjes of verpakkingen van koffie zijn hiervoor geschikt als je er onderaan wat gaatjes in prikt.

Heb je echter niks anders voorradig dan wat krantenpapier, laat je dan eens inspireren door deze origami-link.

Je leert er hoe je van een eenvoudig vel krantenpapier mooie potjes kan vouwen, zonder dat er lijm of een schaar aan te pas komt. (De handleiding is in het Engels, maar de duidelijke foto’s spreken voor zich).

Published in: on woensdag, 20 februari, 2008 at 9:38  Comments (11)  
Tags: , , , , , ,

Kwizien Erotiek

 

Wat is er nu leuker dan een workshop over afrodisiaca voor te bereiden?

Isabel Allende’s “Afrodite” en Laura Esquivels “Rode Rozen & Tortilla’s” hebben niet alleen m’n liefde voor Latijns-Amerikaanse auteurs gevoed. Deze beide dames weten liefde en koken in deze twee boeken gewoonweg meesterlijk te combineren. Steeds poëtisch, doorspekt met humor, nooit plat of vulgair, en dat is een kunst.

Als voorsmaakje: Allende’s 1001-nacht-wortelsoep, aangeraden door Arabieren om de hele nacht door de liefde te kunnen bedrijven…

2 grote winterpenen

2 koppen groentenbouillon of 1 ½ kop bouillon en ½ kop sinaasappelsap

1 kruidnagel

1 kaneelstokje

1 stukje gember

1 snuifje kardemom

1 snuifje nootmuskaat

peper/zout

1 theelepel honing

4 eetlepels room

Snij de winterpenen in stukken en breng ze samen met de bouillon en de specerijen aan de kook.

(Zelf vind ik het ’t makkelijkst de specerijen eventueel fijn te snijden en ze in een thee-eitje mee te laten koken. Zo kun je ze achteraf gemakkelijk verwijderen).

Laat sudderen tot de wortelen zacht zijn geworden.

Haal de soep van het vuur.

Verwijder de specerijen, voeg de honing en room toe, en mix de soep met een staafmixer.

Geniet van de soep in goed gezelschap 🙂

Published in: on vrijdag, 15 februari, 2008 at 12:52  Geef een reactie  
Tags: , , , , ,

Stokje…

Dit stokje kreeg ik doorgestuurd van Johan. Een stokje? Ja, het gaat hier om een vragenlijst die bloggers naar elkaar doorsturen. En naarmate ik deze lijst invulde, kwam er een heel mooie herinnering terug, eentje rond (inderdaad!) eten…

Wat wilde je later worden, toen je je nog in je kinderjaren bevond?

Toen de klassieke vriendschapsboekjes in de klas rondgingen, vulde ik “boerin” in. Maar toen ik merkte dat daar nogal mee gelachen werd, spiekte ik op de voorgaande pagina’s en vulde ik net zoals de andere meisjes “zangeres” in, denk ik.

Wat ben je uiteindelijk geworden?

Herboriste, natuurgids. Het groen is me toch blijven roepen. Wat het boerin-gedeelte betreft: leven van het land blijft me fascineren, al is het eerder de “wilde” dan de “gekweekte” vorm.

Hoe wilde je er later uitzien, toen je je nog in je kinderjaren bevond?

Ik was een dikkerdje, dus mijn grootste wens was: minder dik zijn.

Hoe zie je er nu uit?

Wist ik veel dat ik later nog bijnamen als “skinny butt” zou krijgen…

Hoe zag de man van je dromen eruit?

Donker, en lang.

En wat is het uiteindelijk geworden?

Iets wat mijn mooiste dromen vér oversteeg (ja, melig hé, en toch is het zo…)

Maar inderdaad: donker en lang…

Hoeveel kinderen wilde je later en op welke leeftijd?

Als kind -waarschijnlijk geïnspireerd door the Sound of Music- had ik even een periode dat ik véél kinderen wou. Maar vrij snel sloeg dat om naar: geen kinderen.

Wat is het uiteindelijk geworden, of wat zal het wellicht worden?

Ik word dit jaar dertig, maar voel nog niks in die richting…

Wat was als kind je lievelingseten en wat lustte je totaal niet?

M’n absolute lievelingseten zal wel “groene patatjes” geweest zijn. Een echt familierecept, van m’n vaders familie, afkomstig uit de Westvlaamse polders, waar de zurkel (zuring) welig tiert. (Later leerde ik dat ze daar in de streek zelfs de uitdrukking “zurkeltrut” kennen.)

Groene patatjes kon eigenlijk ook “zurkelstoemp” genoemd worden, maar als kind sprak die eerste naam toch net iets meer aan.

Het was een gerecht dat enkel in het weekend geserveerd werd; niet zomaar op een doodgewone weekdag, en mijn zus en ik mochten dan uitzonderlijk wat er overbleef in de pot leeglepelen. Om de beurt. En dat zorgde nogal voor kibbelpartijen. Dus had mijn moeder een systeem bedacht waarbij diegene die het laatst de pot had leeggelepeld, haar naam met een stift schreef op een speciaal daarvoor opgehangen bord in de keuken. Waarna er natuurlijk duchtig “gefoefeld” werd met dat bord.

Tja, wat kunnen we concluderen… de voorkeur voor onkruid zat er al vroeg in…

Er was weinig wat ik absoluut niet lustte, al herinner ik me wel dat ik al heel vroeg vragen stelde bij het eten van dieren. Vooral het inconsequente van alles doen voor je huisdier, en andere dieren dan gewoon opeten, begreep ik niet. Verhaaltjes vertellen over de drie biggetjes maar ze dan wel met smaak verorberen.

In een krampachtige poging het te begrijpen, was ik als kind wel degene die mijn meter hielp om de longen, niertjes en levertjes te verwijderen van de geslachtte kippen. Ik ben dus zeker geen watje. Maar toch: ik denk dat ik het nooit heb leren begrijpen; ik ben ondertussen al langer vegetariër dan ik alleseter ben geweest.

Lust je dat nu nog (niet), of heb je andere favorieten?

Het lijkt hilarisch nu ik erop terugkijk, maar een bord “groene patatjes” is voor mij nog steeds troostvoedsel, vooral al ze gecombineerd worden met verse wilde bospaddenstoelen, kort gebakken in olijfolie, met een beetje knoflook.

En vlees eet ik nog steeds niet.

Toen ik uit huis ging, ben ik met heel veel -voor mij- nieuwe ingrediënten gaan koken. Heel wat nieuwe favorieten dus, maar de top blijft voor mij toch: eten dat met liefde bereid is. En waar je van geniet in goed gezelschap.

Tja, en aan wie het stokje nu doorgeven? Wie oh wie heeft het stokje nog niet gehad?

Published in: on woensdag, 9 januari, 2008 at 11:54  Comments (1)  
Tags: , , ,

Glühria

Net uitgevonden, en door de gasten goedgekeurd: Glühria!

Een soort kruising tussen traditionele Glühwein en fruitige sangria.

-Je kan het dus gerust ook Sangriwein noemen, als daar je voorkeur naar uitgaat 🙂 –

Om in ’t hart van de winter wat op te warmen en alvast van een vleugje zomer te dromen.

 

Wat hebben we nodig?

½ l water

2 eetlepels veenbessen

1 (stoof)peer of (stoof)appel, in stukjes gesneden

2 biologische sinaasappelen, in stukjes gesneden (met schil)

4 kruidnageltjes

1 kaneelstokje

1 liter rode wijn

150 g rietsuiker (of meer of minder, volgens smaak)

 

Bereiding:

Breng het water met het fruit en de specerijen aan de kook en laat het 45 minuten trekken.
Voeg de suiker en de wijn toe en laat nog even op het vuur staan (niet laten koken).

Giet door een zeef en serveer in hittebestendige glaasjes versierd met een schijfje sinaasappel. Gebruik een stokje kaneel als roerstaafje.

Een alcoholvrije variant krijg je door de wijn te vervangen door bosbessensap of rode druivensap (of een mengsel van beide). Hiervoor heb je meestal minder suiker nodig.

Ook heel lekker met een scheutje vlierbessensiroop…

Published in: on maandag, 31 december, 2007 at 11:32  Comments (2)  
Tags: , , , , ,